1524
Jan van Covelens voltooit orgel met hoofdwerk, bovenwerk en
rugwerk in de St. Nicolaaskerk te Kampen.
1626 – 1629
Verbouwing door Jan Morlet.
1676
(1670?) orgel gedemonteerd wegens verzakking van de toren.
1679
Jan Slegel krijgt opdracht ‘een nieuw orgel met een rug
posityff’ te leveren in het noordertransept. Van het oude orgel mag hij
gebruiken wat van zijn gading is, behalve de oude orgelkas die op haar plaats
moet blijven. Er ontstaat een orgel met een hoofdwerk, rugwerk en pedaal van 28
stemmen.
1686/87
Toren staat door onderheien
en opvijzelen weer rechtop. Orgelmaker Apollonius Bosch verplaatst orgel naar
torenwand in oude nog aanwezige orgelkas.
1741 – 1743
Albertus Anthoni Hinsz dankt
oude orgelkas af en vervaardigt een nieuwe kas die tot op vandaag niet meer is
gewijzigd. Tevens vernieuwt Hinsz alle windladen, klavieren en het regeerwerk.
Vrijwel al het oude pijpwerk neemt Hinsz over en hij breidt het instrument uit
tot 35 registers.
1788 – 1790
H.H. Freytag en F.C.
Schnitger jr. maken behalve een vrij pedaal van acht registers ook een
borstwerk van vier registers dat bespeelbaar is via het bovenwerkklavier. De
dulciaan 8’ van het rugwerk wordt op dit nieuwe borstwerk geplaatst en op de
vrijgekomen plaats in het rugwerk komt een fagot 16’. In de 19e eeuw ondergaat het orgel, onder invloed van de heersende smaak, veranderingen die het
karakter van het instrument aantasten.
1830
Albertus van Gruisen vervangt de scherp van het bovenwerk voor
een carillon.
1865
vervangt de Kamper orgelmaker Zwier van Dijk een aantal
’scherpe’ registers en voorziet hij het borstwerk van een eigen klavier. Het
pijpwerk dat hij toevoegt is overigens door Naber gegoten, omdat Zwier van Dijk
in 1865 nog geen eigen pijpen maakte.
1975
Restauratie Bakker & Timmenga, Leeuwarden. Dankzij de open
ruimte tussen hoofdwerk en het oorspronkelijke bovenwerk, kan een nieuwe bovenwerklade
gemaakt worden voor de acht registers uit 1865. Dit bovenwerk II is bespeelbaar
vanaf hetzelfde klavier van waaruit het oorspronkelijke bovenwerk (bovenwerk I)
bespeeld wordt. Beide werken kunnen ook gekoppeld worden. De intonatie wordt
vrijwel niet gewijzigd. De in de 19e eeuw verdwenen ‘scherpe’ registers worden
nieuw bijgemaakt.
2000
Grote onderhoudsbeurt door Gebrs. Reil te Heerde, met veel zorg
voor tongwerken, tremulanten en windvoorziening. Alle 7 balgen worden weer
aangesloten en voorzien van een elektronisch oog die het tempo aanstuurt van de
motor die de wind opwekt. Dezelfde constructie is ook toegepast bij het
koororgel.
|